|
Ademhaling.
Zingen doe je niet alleen met de stembanden maar met het hele lichaam en geest.
Zangtechniek en het leren daarvan is daarom sterk persoonsgebonden.
Als jij je bijvoorbeeld niet lekker voelt, hoort men dat meteen in de stem.
Of soms heb je wel eens van die dagen dat alles fout gaat, het zingen gaat dan ook meestal ook een stuk minder lekker.
Stemgebruik vergt inspanning van een hoop spiertjes bij het strottenhoofd, maar ook in de rest van het lichaam, zoals bijvoorbeeld de buikspieren.
Als je lichamelijk of emotioneel gespannen bent, dan spannen er een hoop spieren aan in het lichaam. Dat heeft dus direct invloed op de stem.
Vandaar bijvoorbeeld de spreekwoorden: een kikker in de keel hebben of de woorden bleven hem in de keel steken en een brok in de keel hebben.
Lichaamshouding is belangrijk
Zo het lichaam is gebouwd, is een natuurlijke houding, dus daar kan je
vanuit gaan.
Dat betekent dat je op 2 benen staat en plaatst ze recht onder je bekken.
Kknieën moeten los zijn.
Oefening: Span je knieën flink aan totdat het vervelend begint te worden
en laat ze los.
Je merkt dat je niet echt door de knieën hoeft te zakken om ze te
ontspannen.
Maak je lichaam lang, zodat je mooi rechtop staat.
Oefening: Stel voor dat er een touwtje aan je kruin zit en trek dat naar
het plafond.
Oefening: Ruggengraat gaat van het stuitje naar je kruin.
Pak de uiteinden
denkbeeldig vast en rek het iets uit.
Je bekken kantel je naar voren, zodat je een rechte rug krijgt en je knieën
minder de neiging hebben zich te overstrekken (op slot te gaan).
Dus geen kont naar achteren want daarvan krijg je een holle rug en op
den duur rugpijn.
Oefening: Handen in de zij en druk de duimen naar beneden. Hierdoor kantelt
je bekken naar voren.
Ga nooit stokstijf stil staan, het woord zegt het al: je bent niet ontspannen.
Als je relaxed staat, ben je altijd enigszins aan het balanceren.
Relaxed betekent niet als een zoutzak er bij staan, wat overigens ook
geen gezicht is op een podium, maar actief ontspannen.
Stop energie in je lijf,
boem: hier ben ik!
Emotie voel je ook in je keel.
Denk maar aan: Het hart klopte hem in de keel
Lekker los
Als je lekker ontspannen bent, voel je je goed en zing je ook makkelijker.
Het is daarom heerlijk om een warming up te doen. Net als bij sport.
Begin bij je hoofd, dan schouders, armen, rug, benen, knieën en enkels.
Tot slot maak jij je zo lang mogelijk (pluk die lekkere kers uit de boom)
en laat jij je vervolgens voorover vallen.
Blijf maar even lekker hangen terwijl jij je op je adem concentreert.
Na een poosje kom je heel langzaam, werveltje voor werveltje weer omhoog,
waarbij jij je hoofd en armen laat hangen tot je bijna boven bent.
Dit laatste herhaal je nog een keertje en dan relaxed genoeng om
door te gaan.
Zonder adem geen klank
Zingen, spreken, fluisteren, schreeuwen: we hebben er adem voor nodig.
Zonder volledige controle over deze adem, zul je geen volledige controle
over je stem hebben.
De basis van het zingen ligt dus bij ademhaling.
Als je zingt, heb je niet in 1X alle adem nodig. Dat moet je dus zien
te verdelen over je heel muzikale zin.
Om dat te doen, is het handig om door de buik te ademen.
Daar zitten nl allemaal spieren die de adem kunnen controleren, zodat
er alleen die ademstroom vrijkomt die op dat moment nodig is. Niets
meer maar zeker ook niets minder.
De longen en middenrif zitten aan elkaar vast, net als het handvat en de pomp van de fietspomp.
Omdat de longen zelf een slappe massa zijn, hebben zij niet de (spier)kracht om te openen zodat de lucht binnen kan stromen, daar komt het middenrif
dus van pas.
Als je geen lucht meer hebt, geven de hersenen een prikkel aan het middenrif: er moet iets gebeuren, anders komt het niet goed!
Het middenrif plat af en gaat naar beneden. Omdat de longen er aan vast zitten, worden die uitgerekt en als je dan je mond erbij open zet, wordt
de lucht automatisch naar binnen gezogen.
Draai die fietspomp maar eens om; het handvat (middenrif) gaat naar beneden en door de slang (luchtpijp) wordt de pomp (longen) volgezogen met lucht.
Doordat het middenrif de ruimte nodig heeft om te kunnen dalen, moeten er allerlei organen aan de kant in de buik. Daarom zet dus je buik uit,
anders past het allemaal niet.
Probeer het maar eens
Oefening 1: Adem uit, waarbij je de buik zo ver mogelijk intrekt. Ga door totdat
je echt
helemaal leeg bent (dit gedeelte mag je vergeten zodra de lage inademing ingeburgerd is). Dan zet je de mond open en laat voor je gevoel
je buik op de grond vallen. Je merkt dan dat je buik uitzet en er lucht
in je longen stroomt.
Adem niet verder in dan tot het kuiltje dat net onder je borstbeen zit, want daar houdt de buik echt op.
Alles wat je daarboven nog inademt, is geen controle over als je gaat zingen. Die neiging heb je wel heel snel, omdat je dat (hoogstwaarschijnlijk)
zo gewend bent.
Maar geloof me, je hebt er helemaal niets aan, sterker nog: het belemmert zelfs enorm tijdens het zingen.
Deze oefening een aantal keer herhalen in alle rust, dat is erg belangrijk. Neem ook een paar seconden de tijd tussen de inademing en de uitademing,
want als je snel puft dan kan je dizzy worden.
Je kunt eventueel een hand op jouw buik leggen om te voelen wat er gebeurt, of voor de spiegel gaan staan om te kunnen zien wat jouw buik doet.
En inderdaad: het vrouwelijke schoonheidsideaal is even niet meer aanwezig.
Dat moet je dus ook toelaten, het is niet anders.
Tijdens een optreden kan je altijd een iets langer truitje dragen.
Door je mond
Adem door de mond in, dat heeft de volgende voordelen:
Adem is vrijwel geruisloos (niets zo irritant als een hijgende zanger(es)
of Hans van der Togt).
Je krijgt in kortere tijd meer adem binnen dan als je door je neus ademt
en dat is handig omdat je vaak niet veel tijd tussen de zinnen door hebt
om te ademen.
mond en keel staan open en dat is handig, want je wilde net gaan zingen.
Je zet dus eigenlijk je instrument klaar, zo zet een gitarist ook alvast
zijn vingers op de snaren voordat hij gaat spelen.
Hoe relaxeder je bent, des te gemakkelijk het lage ademen gaat.
Als je namelijk heel ontspannen bent, bijvoorbeeld als men op de bank ligt met een boek of voor een film, of als men net wakker wordt, dan adem je
automatisch al door de buik. Baby´s tot een jaar of 3, ademen automatisch door de buik, het is dus een bezigheid die er van nature al in zit.
Doordat een kind zich steeds bewuster wordt van de (snelle, met stress gevulde) buitenwereld, maar ook door de groei van de organen, kruipt de
ademhaling langzaam omhoog.
Maar let er maar eens op als je ´sochtends wakker wordt, de adem zit dan in je buik. Dus geheel verdwenen is de goede gewoonte nooit, hij
zakt alleen wat weg en als je er vaker op gaat letten, komt het vanzelf weer terug.
Je voelt je er een stuk rustiger bij. Let maar eens op als je zenuwachtig bent, waar de adem dan zit. Je komt dan een stuk moeilijker uit je woorden
en kan niet meer optimaal nadenken.
Als je dan heel even de tijd neemt om de adem in je buik te krijgen, merk je dat je minder nerveus wordt en weer beter kunt nadenken (altijd handig
voor een examen o.i.d.).
Beter 3 minuten geconcentreerd studeren, dan 15 minuten tijdens de (af)was.
Nu wordt het lastig
Het lage ademen is niet alles wat je nodig hebt om je stem volledig mee te kunnen beheersen, je hebt er namelijk ook ademsteun voor nodig.
Zoals eerder beschreven, heb je als je zingt, niet in 1X al je adem nodig.
Je moet dus leren de adem te verdelen over je hele muzikale zin.
Om het juiste stroompje adem naar boven te laten komen, moet het middenrif langzaam weer omhoog gaan.
Dat doe je door de buikspieren en een deel van de rugspieren aan te spannen.
Doe je dat niet, dan schiet het middenrif net zo snel weer omhoog als hij omlaag is gegaan, vallen je longen in en ben je al je lucht ineens weer kwijt.
Je buikspieren moet je dus aanspannen, dat zorgt ervoor dat het middenrif langzaam omhoog gaat en dus precies die ademstroom vrijkomt die je op
dat moment nodig hebt.
Liever dagelijks 3 X 3 minuten op je adem studeren, dan 1 X 10 minuten.
Hoe doe je dat?
Oef 2: Herhaal oefening 1.(dat is dus de inademing)
Dan druk je een paar vingers in je buik (ongeveer 10 cm. boven je navel)
en maak je het volgende geluid: tss,tss,tss,tss, tssssssss tot je helemaal
leeg bent. Dit doe je met forse stootjes (venijnig SST! tegen iemand sist), zodat je de buikspieren goed voelt.
Als je dit goed doet, dan spannen je buikspieren aan, naar buiten toe wel te verstaan. Ik spreek dan ook liever van uitspannen dan van aanspannen.
Je kunt namelijk wel nagaan dat als je je buikspieren intrekt, je buik ook intrekt. Daarmee heeft het middenrif geen ruimte meer in je buik en
vertrekt meteen weer naar boven. De longen verslappen zodat de lucht niet blijft, weg adem.
Doe deze oefening ook waarbij je een hand in je zij knijpt. Wat voel
je (behalve pijn in je zij)? Als het goed is, spannen dus je buik- maar ook je rugspieren aan.
Oef 3: Daarna probeer je eens in 1 tsssss helemaal uit te ademen, waarbij je moet proberen je buikspieren tot het eind aangespannen te houden.
Dit is erg belangrijk, want als je zingt moet het einde van je zin net
zo klinken als het begin. Het moet geen flauwe, met lucht gevulde klank
zijn, maar zeggingskracht hebben. En veel herhalen.
Volhouden
In het begin zul je merken dat je die spieren niet tot het eind van je
adem aangespannen kunt houden.
Is niet erg, als je begint met hardlopen, trek je ook geen marathon.
Waarschijnlijk is het zelfs zo dat niet alleen je buikspieren aanspannen,
maar in je hele lijf spieren aangespannen zijn.
Dit is volkomen normaal. Je bent het namelijk niet gewend om je buik-
en rugspieren lang aangespannen te houden, dus het vergt nogal wat inspanning.
En daarbij is het niet ondenkbaar dat je op een gegeven moment merkt dat
de schouders, nek en armen ook erg gespannen zijn.
Je leert gaandeweg je buik -en rugspieren te isoleren van de rest, zodat
alleen die spieren aanspannen en alle andere spieren in je lijf lekker
relaxed zijn.
Daarom zeg ik altijd:
Af en toe even GEK doen! Springen, gekke bekken, zwaaien, draaien en swingen.
Dat ontspant zodat je weer lekker verder kunt.
Uitdaging
Een leuke uitdaging, maar ook zeker een goede oefening is om te kijken
hoe lang je uit kunt ademen en dus hoe lang je op 1 adem kunt Zingen met
ademsteun.
Op de volgende manier kan je het opbouwen:
Oefening 4: Adem in door de buik (oef 1) en adem op tfff in 10 seconden helemaal
leeg.
Meestal lukt dit al gauw. Je ademt dus een relatief grote ademstroom uit,
let er maar eens op. Dit kan je vergelijken met luid zingen
(en dat kan iedereen).
Controleer ook of de buikspieren aangespannen bleven.
Daarna bouw je het uit, 12, 15, 18, 20, 25, 30, 35 seconden etc.
De ademstroom wordt dus steeds kleiner, wat je kunt vergelijken met zachter
zingen.
Voor alle oefeningen geldt: veel doen, dan gaat het des te sneller vanzelf.
Have fun... |